In de jaren vijftig en zestig speelde Radio Luxemburg een unieke rol in het Europese radiolandschap. Vanuit het Groothertogdom wist het station miljoenen luisteraars te bereiken, waaronder een groot Nederlands publiek dat in eigen land vooral was aangewezen op de strak gereguleerde Hilversumse omroep. Luxemburg werd daarmee een van de eerste vormen van grensradio: een zender die nationale regels omzeilde door simpelweg van buiten de landsgrenzen te opereren.
De Engelstalige avondprogrammering op de beroemde 208 meter middengolf was voor veel jongeren een eerste kennismaking met popmuziek. Presentatoren als Barry Aldis, Tony Prince en Pete Murray werden iconen. Omdat platenmaatschappijen als Philips, Decca en EMI de programma’s financierden, draaiden de dj’s vooral muziek uit hun eigen catalogus — maar dat maakte de zender niet minder populair.
Vanaf 5 december 1953 kreeg Radio Luxemburg ook een Nederlandstalige service. Het signaal reikte tot in de Randstad en bood luisteraars toegang tot Amerikaanse en Britse jazz en popmuziek die in Hilversum nauwelijks te horen was. Hoewel de toon wat traditioneler was dan in de Engelstalige uitzendingen, vormde Luxemburg jarenlang een aantrekkelijk alternatief — zeker tot de komst van Radio Veronica en de Engelse zeezenders.
Opmerkelijk genoeg is er van deze Nederlandstalige uitzendingen nauwelijks archiefmateriaal bewaard gebleven. Geluidsbanden, documenten en programmagegevens zijn vrijwel volledig verdwenen. De geschiedenis moet worden gereconstrueerd uit krantenknipsels, luisteraarsverslagen en herinneringen van oud‑medewerkers.
De Nederlandse presentatoren vormden bij Luxemburg een minderheid, maar waren geliefd door hun toegankelijke stijl. De zender stond bekend om zijn gezellige, publieksgerichte programmering met spelletjes, quizzen en reportages. Een goed voorbeeld was Touring Tournée (1960–1961), waarin Herman Emmink benzinestations door heel Nederland bezocht en ter plekke spelletjes opnam. De banden werden via telefoonlijnen doorgestuurd naar Brussel, waar de reclames werden toegevoegd.
De meeste programma’s werden in Brussel opgenomen, eerst aan het Brouckèreplein en later aan de Grensstraat en de Lloyd Georgelaan. Vanaf 1959 konden uitzendingen dankzij een lijnverbinding deels live worden gepresenteerd. Ook Hilversum speelde een rol: zo nam Herman Emmink zijn programma 1000 Vrolijke Noten op in de Phonogram‑studio.
Onder de Nederlandse stemmen die grote bekendheid verwierven, sprong Stan Haag eruit. Zijn programma Stan Haag bij de koffie (1960–1968) werd een publieksfavoriet. Haag had al een lange carrière bij KRO en AVRO en zou later overstappen naar Radio Veronica. Ook jazzkenner Pete Felleman, bekend van zijn VARA‑programma’s, maakte furore bij Luxemburg met shows waarin hij verrassend brede muziek draaide en zelfs reclames inzong.
Andere bekende namen die voor Luxemburg werkten waren Peter Koelewijn, Peter Vandam en Felix Meurders.
In 1992 kwam er een einde aan Radio Luxemburg als internationale zender. Dalende reclame-inkomsten en de opkomst van nieuwe media maakten het model onhoudbaar. Toch blijft de invloed van Luxemburg groot: het station legde de basis voor de popradio zoals die in de decennia daarna zou uitgroeien.