Al op jonge leeftijd raakte ik gefascineerd door radio, en in het bijzonder door de lokale zenders. Het had iets magisch om via de ether informatie te horen uit plaatsen waar ik zelf vaak kwam. In mijn woonplaats Helden waren geen Nederlandse lokale zenders te ontvangen medio jaren tachtig van de vorige eeuw maar dankzij een uitstekende FM‑antenne op het dak van mijn ouderlijk huis konden we thuis moeiteloos luisteren naar stations uit de grensstreek, zoals de Vrije Radio Omroep Hamont, Radio Royaal, De Vrije Vogel, Veronica Anders, Atlantis, Radio Grensland en Radio Speedway. Op vrije zaterdagen fietste ik regelmatig naar Maaseik en Kinrooi om die ‘vrije zenders’, zoals ze toen genoemd werden, te bezoeken.

De fietstocht van zo’n dertig kilometer was het altijd waard. Ik keek mijn ogen uit wanneer ik zag hoe radio gemaakt werd. Toen ik in 1988 op Radio Grensland een spotje hoorde waarin men medewerkers zocht, twijfelde ik geen moment. Ik meldde me aan — vijftien jaar oud en eindelijk écht bij de radio.

Bij Radio Grensland in Kinrooi kreeg ik een programma dat op dinsdagochtend werd uitgezonden, terwijl ik dan op school zat. Gelukkig kon ik het op zaterdag opnemen.

Ik bracht hele zaterdagen in de studio door: mijn programma opnemen, praten met collega’s over radio, spotjes maken en samen muziek luisteren.

Later kreeg ik ook een liveprogramma op zaterdagochtend. Dat was natuurlijk nog leuker — meteen de interactie voelen met de luisteraar. Toen duidelijk werd dat Grensland wilde samenwerken met Radio Contact, waardoor de lokale identiteit zou verdwijnen en medewerkers mogelijk overbodig zouden worden, besloot ik mijn blik te verleggen naar Molenbeersel, een kerkdorp in de gemeente Kinrooi.

Bij Radio Speedway kon ik vrijwel meteen beginnen met twee liveprogramma’s op zaterdagmiddag: de Vlaamse Top 10 en een eigen muziekprogramma. Dat smaakte naar meer. Toen ik in 1990 slaagde voor mijn schoolexamen en een lange zomervakantie voor de boeg had, wist ik precies waar ik die zou doorbrengen. Dagelijks fietste ik van Helden naar Molenbeersel om een lunchprogramma te maken, nieuws te verzorgen, interviews te doen, spotjes op te nemen, reclameplanning te regelen en nog veel meer.

Gaandeweg groeide mijn verantwoordelijkheid. Met een groep enthousiaste collega’s startten we op 1 januari 1995 Radio NIVO, de opvolger van Radio Speedway. Ik presenteerde er dagelijks het ochtendprogramma, via voice-tracks — destijds de enige manier om een horizontale programmering mogelijk te maken.

Ik kan wel zeggen dat ik bij de vrije radiozenders zo’n beetje alles heb gedaan. Naast de vele vlieguren op de zender heb ik talloze mensen leren kennen, zowel voor als achter de schermen. Het was een tijd om nooit te vergeten. Juist dat besef maakte dat ik in 2025 besloot het verhaal van de radiostations uit Molenbeersel op te schrijven, zodat men ook in de toekomst kan lezen hoe het er ooit aan toeging — in een tijd waarin computers nog geen rol speelden en elk uur iemand fysiek aanwezig moest zijn om de zender draaiende te houden.

Een andere reden om het verhaal vast te leggen, was dat steeds meer oud‑medewerkers om me heen kwamen te overlijden. Daardoor werd het steeds moeilijker om feiten uit vooral de beginjaren te achterhalen. Ik sprak veel met oud‑collega’s en betrokkenen, die ieder hun eigen perspectief gaven. Daarbij was mijn uitgangspunt steeds om het verhaal positief te benaderen: geschiedenis kun je niet terugdraaien, maar herinneringen mogen wel prettig blijven.

Omdat het radiogebeuren zich afspeelde aan de grens, komt vanzelf naar voren dat we zowel op als over de grens actief waren. En wij waren niet de enigen. Verschillende Vlaamse zenders richtten zich vanwege de wetgeving op Nederland, en later bleken soortgelijke ‘grensconstructies’ ook door landelijke omroepen te worden gebruikt — daar heetten ze alleen U‑bochtconstructies. Het verhaal van de zenders uit Molenbeersel staat dus niet op zichzelf. Het zou onvolledig zijn om die U‑bochtconstructies niet verder uit te werken.

Nu, vele jaren nadat ik als broekie bij de radiozenders in Molenbeersel rondliep, stel ik mezelf de vraag of grensradio anno nu nog levensvatbaar is, en of het nog steeds kan bijdragen aan een bredere cohesie.

Het boek bestaat daarom uit drie delen: het verhaal van Radio Speedway, Radio NIVO en Radio Grensland, de U‑bochtconstructies van zenders zoals Radio Luxemburg, Mi Amigo, Radio 10, Sky Radio, RTL Radio en Radio Flandria, en tot slot de vraag of grensradio in deze tijd nog toekomst heeft.

Ik wens je veel plezier bij het lezen. Bedenk daarbij dat dit verhaal is geschreven vanuit mijn eigen perspectief. Aanvullingen en andere interpretaties zijn uiteraard van harte welkom.

Helden, 1 juni 2026
Pieter Siegfried Janssen