Radio 10: van Amsterdam via Brussel naar Milaan – en terug

Radio 10: van Amsterdam via Brussel naar Milaan – en terug

Toen Radio 10 op 4 april 1988 van start ging, was het een van de meest inventieve constructies in de Nederlandse radiogeschiedenis. Officieel maakte het station programma’s voor een lokale zender in Milaan, maar in werkelijkheid was het een slimme manier om commerciële radio tóch in Nederland te kunnen aanbieden, ondanks het verbod op commerciële omroep.

Een Italiaanse omweg
De basis van het plan lag in Amsterdam, waar de Productiestichting Radio 10 werd opgericht. Deze stichting produceerde een Nederlandstalig radioprogramma voor Rete Zero Milano, een lokale zender die al sinds 1976 bestond. Via een satellietverbinding werd het signaal vanuit Amsterdam naar Milaan gestuurd. Dat signaal was echter in heel Europa te ontvangen — en dus ook door Nederlandse kabelmaatschappijen.

Omdat het formeel om een buitenlandse zender ging, mocht Radio 10 legaal op de Nederlandse kabel worden doorgegeven. Het station werd daarmee, slechts twee maanden na Cable One, een van de eerste commerciële radiozenders die in Nederland te horen waren.

Om het buitenlandse karakter te benadrukken, werd het nieuws in de beginperiode zelfs vanuit Brussel gelezen, waar FilmNet de satelliet‑uplink verzorgde. Nieuwslezer Herbert Visser herinnert zich dat deze “eindregie” lange dagen opleverde, maar dat de constructie werkte zolang de juridische druk hoog was.

Regelmatig klonk op de zender een Italiaanse jingle die luisteraars eraan herinnerde dat het programma officieel op FM 105 van Rete Zero Milano werd uitgezonden.

Ook in de ether: een creatieve oplossing
Radio 10 wilde niet alleen op de kabel te horen zijn, maar ook via lokale etherfrequenties. Dat kon dankzij een maas in de wet. Lokale omroepen mochten in de uren dat zij zelf niet uitzonden een andere omroep doorgeven — zolang die omroep niet onder de Nederlandse ICE‑norm viel (50% informatie, cultuur en educatie).

Publieke zenders vielen af vanwege auteursrechtelijke claims van het ANP. Daardoor ontstond stilte op veel lokale zenders. Radio 10 bood een oplossing: het was immers een “Europese” omroep.

Om te voorkomen dat lokale omroepen onbedoeld de reclameblokken van Radio 10 zouden doorgeven, ontwikkelde het station een “commercial killer”. Een 30 Hz‑toon schakelde het inkomende signaal tijdelijk uit; na het reclameblok activeerde een tweede toon het geluid weer. Soms ging dat mis, vertelt Visser lachend: “Dan hoorde je urenlang alleen reclames.”

Toch sloten steeds meer lokale omroepen zich aan. Radio Weesp was de eerste, gevolgd door onder meer Amersfoort, Hoorn, Heumen, Sneek en Noordoostpolder. De OLON richtte zelfs een aparte Stichting Raamprogramma op om de samenwerking formeel te regelen.

Een vliegende start
Radio 10 werd snel populair op de kabel. De eerste lichting dj’s — onder wie Ferry Maat, Adam Curry, Daniël Dekker, Peter Rijsenbrij, Jeroen Soer en Roderick Veelo — gaf het station een professionele uitstraling en een herkenbare sound. Dankzij de internationale constructie wist Radio 10 een vaste plek te veroveren in het Nederlandse radiolandschap, lang voordat commerciële radio officieel werd toegestaan.

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Iets overnemen? Eerst contact opnemen!