In de jaren tachtig barstte in Vlaanderen een radiogolf los: uit de grond schoten tal van vrije radiozenders, vaak zonder vergunning, gedreven door enthousiasme en lokale betrokkenheid. Waar de wetgeving uiteindelijk ruimte bood voor gelegaliseerd uitzenden binnen kleine gemeenschappen, ontstond een nieuw fenomeen: grensradio — Nederlandse initiatiefnemers die zich over de grens vestigden om met een Belgische vergunning te kunnen uitzenden naar hun geboorteland.
Een van die verhalen speelt zich af in Molenbeersel, een deelgemeente van Kinrooi. Daar groeide uit een illegale start in een ouderlijk huis aan de Fosheistraat het radioproject Radio Speedway. Toen in de gemeente Kinrooi al twee vergunningen waren toegekend en een derde aanvraagdossier werd afgewezen, vond initiatiefnemer Wiel Vrinssen een omweg: via politieke kanalen kwam hij te weten dat een bestaande vergunning uit Bocholt beschikbaar kwam. Zo kon Radio Speedway officieel verder als vzw Radio Bocholt Speedway.
De zender ontwikkelde zich in stappen: van een keukenstudio in een café aan de Weertersteenweg tot een eigen gebouw en uiteindelijk een verbouwde studio aan de Oudekerkstraat. Radio Speedway leefde van vrijwilligers en improvisatie; de programmering was een bonte mix, gestuurd door wie er beschikbaar was en met één prioriteit: reclameblokken op het hele uur laten klinken. Pogingen om in 1992 een consistente programmeringslijn te voeren strandden op de onregelmatige inzet van vrijwilligers. Pas in 1994 bracht moderne automatisering meer structuur en herkenbaarheid. De vzw achter de zender koos een nieuwe roepnaam: NIVO, een afkorting die stond voor een strakkere, vernieuwende koers in techniek en nieuws.
Het medialandschap veranderde snel. In tien jaar tijd ontstond een veelheid aan stations met duidelijke profilering. Tegelijkertijd nam de druk op de organisatie toe: de horeca-activiteiten van de vzw vroegen veel aandacht en energie. In 1998 bleek de rek eruit; de vzw werd overgedragen en het tijdperk van de lokale grenszender leek voorbij.
Toch paste het fenomeen in een langere traditie. Al in de jaren vijftig en zestig zond Radio Luxemburg uit voor meerdere landen; later maakten satelliettechniek en juridische constructies vergelijkbare grensoverschrijdende initiatieven mogelijk voor commerciële spelers zoals Radio 10 en Sky Radio. Grensradio was dus geen kortstondige curiositeit, maar onderdeel van een bredere ontwikkeling in Europese ethergeschiedenis.
Pieter Janssen (1973), zelf actief in de Molenbeerselse radiowereld van de jaren tachtig en negentig, reconstrueert deze periode in zijn nieuwe boek ‘Etherslag aan de Grens’. Hij beschrijft de opkomst en transformatie van de lokale zenders, plaatst ze in het nationale debat over grensradio en vraagt betrokkenen of grensradio anno 2026 nog relevant is.
Etherslag aan de Grens verschijnt eind juni. Voorinschrijven kan via www.etherslag.eu.